Geconditioneerd drogen en bewaren

Optimaal drogen van uw bloembollen is voor de kwaliteit uiteraard van groot belang. De juiste conditie (temperatuur en RV) in de cel is dan van groot belang. Bij cellen met verwarming is de buitenconditie van invloed op de het klimaat wat in de cel kan worden bereikt; te hoge buitentemperatuur en/of RV  heeft dan invloed op het klimaat in de cel. Bij cellen uitgerust met speciale warmtepompinstallaties kan de juiste conditie wel altijd worden bereikt en gehandhaafd. U bent altijd verzekerd van het juiste klimaat voor uw bloembollen.

 

 

Afhankelijk van de wens en het gebruik wordt de indeling en afmetingen van de cellen bepaald; 1 of meerdere rijen kisten per cel of 1 grote cel met aan 2 kanten ventilatie, 4-5-6 kisten hoog gestapeld. 

 

 

 

In de cel hangt een koel/warmteblok welke via een klep lucht van buiten of binnen aanzuigt. De aangezogen lucht wordt via de unit gekoeld om het gewenste vochtgehalte in de cel te bereiken. De vrijgekomen warmte wordt gebruikt om water op te warmen. Met dit warme water wordt de lucht na het afkoelen naar de juiste temperatuur weer opgewarmd. Daarmee daalt de RV naar de gewenste waarde. Overtollige warmte kan bij een andere cel of extern worden afgegeven. Op deze manier heeft u niet alleen een optimale bewaring, maar bespaart u ook veel energie.

 

Met de geavanceerde ABC processor wordt de gehele installatie aangestuurd en de bloembollen naar het gewenste vochtgehalte gedroogd en bewaard; de meest geschikte (droge) lucht (buiten- of binnenlucht) wordt aangezogen. De lucht wordt afgekoeld om door condensatie het gewenste Absoluut Vochtgehalte (AV, in gr/kg lucht) van de lucht te bereiken. Daarna wordt de lucht weer opgewarmd om zo weer vocht op te kunnen nemen. De lucht uit het product zal droger worden dan de buitenlucht, zodat automatisch met interne lucht verder wordt gedroogd. 

 

 

Bij gunstige buitencondities kan maximaal worden ververst (links). Wanneer de buitencondities minder gunstig worden, wordt de klep naar een stand gestuurd om voldoende frisse lucht te garanderen (midden). Wanneer een product geen verversing nodig heeft en/of in periode van koelen wordt de buitenklep gesloten (rechts).

 

 

 

Naast de koel-droogunits zijn luiken om de aangezogen lucht weer af te voeren. Deze zijn gekoppeld aan de aanzuigluiken; 100% buitenlucht betekent 100% openstand (links), 50% recirculeren geeft 50% afvoer (midden) en bij volledige recirculatie zijn de afvoerluiken gesloten (rechts)

 

 

 

Bij geconditioneerd drogen en bewaren en uiteraard bij het koelen komt energie vrij die u in de vorm van warm water weer optimaal kunt benutten; Warmte voor een andere cel (1), drooginstallatie (4), kantoor (7) en bedrijfsruimten (8) of een dokshelter (9). Uiteraard ook de vloer in uw verwerkingshal.